Zaandam - Uit onderzoek van het Bureau Discriminatiezaken Zaanstreek/Waterland blijkt dat meerdere uitgaansgelegenheden een discriminerend toegangsbeleid voeren. Het onderzoek volgt na klachten over het toegangsbeleid en is uitgevoerd in de maanden februari tot en met mei 2008.
De belangrijkste onderzoeksvraag was of er in Zaandamse horecagelegenheden rond de Dam (het voornaamste uitgaansgebied in de Zaanstreek) een eerlijk toegangsbeleid werd gehanteerd, of dat er onderscheid werd gemaakt op grond van afkomst, nationaliteit, uiterlijk en/of huidskleur. Aanleiding voor het onderzoek waren klachten die het BD de afgelopen jaren ontving over het discriminerende toelatingsbeleid bij enkele Zaandamse horeca-ondernemingen. Het onderzoek is uitgevoerd in samenwerking met leerlingen van het Regio College in Zaandam, dat bezig was met een project over verantwoord burgerschap.
Om een goed beeld te krijgen van de situatie in de horeca zijn er gesprekken gevoerd met
uitgaanspubliek, portiers, horeca-eigenaars en het horecateam van de politie. Gedurende drie
avonden is er verder geënquêteerd in het uitgaansgebied op en rond de Dam in Zaandam. Ook
zijn er door leerlingen van het Regio College praktijktests uitgevoerd bij enkele Zaandamse
horecagelegenheden.
In totaal zijn er bijna tweehonderd jongeren geënquêteerd. Met name allochtone jongeren
vertelden één of meer keren te zijn geweigerd bij uitgaansgelegenheden en het idee te hebben
dat hun afkomst of huidskleur daarbij een rol speelde. Voor het overgrote deel van de
Zaandamse horeca geldt overigens dat het deurbeleid in orde is.
Het rapport concludeert: "Zoals het er nu voorstaat, lijkt het alsof uitgaan in sommige
horecagelegenheden overwegend een zaak is voor autochtone jongeren, waaraan allochtone
jongeren zijdelings mogen meedoen, mits ze geen overlast veroorzaken." Dat blijkt uit
gesprekken met alle partijen, berichten in de media en uit de enquete van het Bureau
Discriminatiezaken. Horeca-ondernemers zijn bang voor een 'witte vlucht', die zou ontstaan
door de aanwezigheid en het gedrag van allochtone jongeren. Dat zou als bedreigend worden
ervaren door autochtone jongeren.
Naar aanleiding van de resultaten heeft het BD aanbevelingen opgesteld voor de verschillende partijen, te weten horeca-eigenaars en portiers, jongeren in het uitgaanscircuit, de gemeente Zaanstad en de politie. Aan de hand van deze aanbevelingen kan een voor alle partijen aanvaardbaar horecabeleid gerealiseerd worden.
Het Bureau Discriminatiezaken beveelt bijvoorbeeld aan dat er een nieuw horecaconvenant wordt opgesteld, waaraan zoveel mogelijk horecagelegenheden zich verbinden. Het convenant moet leiden tot huisregels die voor elke gelegenheid gelden en die structureel worden gehandhaafd, zonder onderscheid tussen personen te maken. Verder wil het Bureau Discriminatiezaken dat in geval de toegang wordt geweigerd daarvoor altijd een reden wordt gegeven. De gelegenheid moet bij zo'n maatregel bovendien een kaartje overhandigen met daarop een adres of telefoonnummer waar men zich kan vervoegen als men het oneens is met de weigering.
Niet alleen aan horecagelegenheden worden aanbevelingen gedaan. Zo vraag het Bureau Discriminatiezaken van jongeren dat ze zich aan de huisregels houden van het café of de disco die ze willen bezoeken. Daarbij hoort in elk geval dat ze géén wapens of drugs meenemen, niet stoned een café binnengaan, zich correct gedragen. Vanzelfsprekend moeten jongeren een legitimatiebewijs bij zich hebben en indien het vereist is fouillering door een portier toelaten.
De gemeente Zaanstad moet zo spoedig mogelijk een nieuw horecaconvenant opstellen en
controleren dat zo'n convenant ook echt wordt gehandhaafd. Zonodig moet Zaanstad kunnen
ingrijpen als ondernemers zich er niet aan houden.
Verder moet de gemeente, vindt het Bureau Discriminatiezaken, meer aan voorlichting doen
op scholen om correct uitgaansgedrag te stimuleren. Op het gebied van voorlichting heeft
trouwens ook de politie een belangrijke taak.
Het onderzoeksrapport is hier te lezen: Rapport Zaandam by Night.
Terug...