10 mei 2008
Vroeger toen mijn opa nog stoker was bij de melkfabriek De Schafte in Oostzaan, bracht ik veel tijd door
bij hem in het ketelhuis. Daar heb ik werkelijk mooie dingen meegemaakt. Dingen waar je toen nog geen weet
van had, maar nu des te meer denk ik, want je weet natuurlijk nooit iets zeker.
In het ketelhuis stonden twee grote ketels met een heel mooie glimmende bekleding. Mijn opa poetste wat af
als hij hier even tijd voor had. Van rotzooi hield hij niet. "Netjes", moest het er allemaal uitzien! En
eerlijk, het zag er ook netjes uit in het ketelhuis van De Schafte.
We hebben vaak naast elkaar gezeten, opa en ik, op het bankie voor de ketel. Dan zaten we te praten over
vroeger, over hoe hard je moest werken voor je centen. Ik weet daar alles van.
Maar ja, na verloop van tijd werd opa ziek en kreeg hevig hoestbuien. Als hij hoestte kwamen z'n longen er
bijna uit. Ik zal u de details bewaren. Opa moest voor onderzoek naar het ziekenhuis. Hij bleek versteende
longen te hebben en had het ook heel er benauwd. Rond de kerst 1975 ging hij het ziekenhuis in en kwam er
niet meer uit. Hij stierf op 6 januari 1976 op 75-jarige leeftijd. Ik heb hem een mooie begrafenis gegeven.
Dat had hij verdiend. Voor mij was hij een geweldige opa, die ik nog elke dag mis.
Later werd ik zelf ook ziek. Ik kreeg het benauwd. Artsen wisten niet wat de oorzaak was. Tot er een
moment kwam, nog niet zo lang geleden, dat ik op de televisie een programma zag over asbest.
Neem van mij aan dat toen alles voor mij duidelijk werd.
Vroeger toen ik bij mijn opa in het ketelhuis zat werd regelmatig de bekleding van de ketels vernieuwd. Waar
bestond deze bekleding uit? Uit blauw asbest! Als dit er vanaf kwam moest je er ergens mee naar toe. Dit werd
dan achter de fabriek gegooid. Ik heb daar zelfs bij geholpen. Er is hier nog een heel katje maai om geweest
toen het plan Roemersloot moest worden gebouwd. Men kwam wat asbest tegen. Tja, om de vijf jaar moest zo'n
ketel opnieuw worden bekleed. Het nieuwe spul zat in jute zakken. Voor de ketel bekleed werd ging er eerst
kippengaas op en daar tussen kwam, dacht ik toen althans, iets van wol. Dat was dus asbest. Blauw asbest.
De mannen die dit deden hadden gewoon een overall aan. Als ze hun broodje gingen eten wasten ze niet hun
handen. Ik stond erbij en keek er naar.
Als het klaar was hing er altijd zo'n speciale lucht in het ketelhuis. Ik kan die lucht nog steeds niet thuisbrengen. En weet u...het was ook een mooi gezicht. Als de zon boven de deuren van het ketelhuis door het raam scheen zag je binnen allemaal kleuren. Stofkleuren. Heel mooi, het leek wel een regenboog zoveel kleuren. Daar zaten mijn opa en ik dus. Hij zat daar zes dagen per week in. Die stofdeeltjes waren asbestdeeltjes. Stofdeeltjes die wij nietsvermoedend inademden. Het komt voor dat de één daar meer last van heeft dan de ander. Maar mijn opa en ik waren er allergies voor. Opa overleed aan asbestlongen.
Na dat bewuste televisieprogramma ben ik naar de dokter gegaan en heb hem dit verhaal verteld. Twee weken
later werd ik in het OLVG-ziekenhuis te Amsterdam onderzocht. Ik kreeg een serie longonderzoeken. Neem van
mij aan dat dit géén prettige onderzoeken zijn, maar ik zal ook hier de details maar voor me houden. In elk
geval bleek dat ik ook wat asbest in mijn longen had zitten. En dat allemaal door die stofjes die ik toen zo
mooi vond als de zon in het ketelhuis scheen.
Als het mooi weer is sta ik vroeg op om even naar 't Twiske te fietsen. Ik ga dan op het dijkje zitten dat
tegenover het plan Roemersloot ligt. Dan denk ik aan die tijden dat mijn opa en ik op dat bankje zaten in dat
van asbeststof vergeven ketelhuis.
Lieve mensen, kijk goed uit met asbest. Het kan namelijk ongelooflijk lang duren voor gezondheidsklachten door asbest zich openbaren. Bij mij duurde dat 30 jaar. Bij mijn opa iets korter. Als je eenmaal gezondheidsproblemen krijgt dan word je daar niet vrolijk van. Kijk dus goed uit!